Allergenenbeheer

Mag 'kan sporen bevatten van' nog op het etiket?

Sinds 1 januari 2026 mag een allergenenwaarschuwing alleen nog op het etiket als er een aantoonbare risicobeoordeling onder ligt. De regel werkt twee kanten op: overschrijdt het restrisico de referentiedosis, dan is de waarschuwing verplicht, en blijft het eronder, dan mag hij er niet staan. Daarmee is allergenenbeheer verschoven van een voorzorgszin naar een kwantitatieve onderbouwing per productielijn.

Gepubliceerd8 min leestijd
Deel

Er is een zin die decennialang het werk deed van een risicobeoordeling. “Kan sporen bevatten van.” Hij stond op producten waar het echt om ging en op producten waar het nergens over ging, en een consument met een pinda-allergie kon aan de zin niet zien welke van de twee hij in handen had.

Sinds 1 januari 2026 mag die zin er niet meer staan.

Wat er op 1 januari 2026 veranderde

Het ministerie van VWS heeft het nieuwe allergenenbeleid vastgelegd in de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg, gepubliceerd in de Staatscourant op 25 april 2025 en in werking sinds 1 januari 2026. Bedrijven mochten het beleid al vanaf 2024 toepassen; sinds dit jaar moet het. De kern is dat een waarschuwing voor onbedoeld aanwezige allergenen, in het vak bekend als PAL, alleen nog op het etiket mag staan als er een aantoonbare risicobeoordeling onder ligt. De datum wordt gerekend vanaf de productiedatum: producten die na 1 januari 2026 zijn geproduceerd vallen eronder, eerder verpakte voorraad mag worden uitverkocht zolang het product veilig is.

Er zijn nog twee bewoordingen toegestaan:

  • “Kan … bevatten”, met op de puntjes de naam van het allergeen
  • “Niet geschikt voor …”, met op de puntjes de aandoening, bijvoorbeeld “Niet geschikt voor mensen met een pinda-allergie”

Zinnen als “kan sporen bevatten van” en “gemaakt in een bedrijf waar ook” vallen daarbuiten. Dat is geen taalkundige voorkeur. Het woord “sporen” suggereert een kleine hoeveelheid, maar wat weinig is, is een subjectieve inschatting, en daarom is dat woord volgens de NVWA in een waarschuwing niet toegestaan. Voor ambachtelijke levensmiddelen die rechtstreeks aan de consument worden geleverd geldt een lichter regime; dit artikel gaat over industrieel voorverpakte producten.

De waarschuwing is geen voorzorg meer die je erbij zet voor de zekerheid. Ze is de uitkomst van een berekening, en die berekening moet je kunnen laten zien.

De regel werkt twee kanten op

Dit is het deel dat in de praktijk het meeste werk oplevert, en het deel dat het vaakst over het hoofd wordt gezien.

Is er een reëel risico dat het restgehalte van een allergeen de referentiedosis overschrijdt, dan ís de waarschuwing verplicht. Maar blijft het restrisico daaronder, dan mag de waarschuwing er niet staan. Je kunt dus niet meer aan de veilige kant gaan zitten door hem overal op te zetten, want die veilige kant bestaat niet meer.

Voor veel producenten betekent dat een herbeoordeling van het hele assortiment, in twee richtingen tegelijk. Producten waar de waarschuwing gewoontegetrouw op stond moeten worden onderbouwd of ontdaan van de zin, en producten waar hij nooit op stond moeten worden gecontroleerd op de vraag of hij er misschien op hoort.

Wat een onderbouwing moet bevatten

De praktische vertaling is minder ingewikkeld dan hij klinkt, al is hij wel bewerkelijk. Wat je nodig hebt, is een keten van vier schakels die elk afzonderlijk te controleren zijn.

Inzicht in waar de allergenen zitten. Niet alleen in het recept, maar in het proces: welke lijnen, welke volgorde van productie, welke gedeelde apparatuur, welke reinigingsstappen ertussen zitten.

Een kwantitatieve inschatting van het restgehalte. Hoeveel van het allergeen kan er onbedoeld in het eindproduct terechtkomen, uitgedrukt in milligram eiwit per eetmoment en via de consumptiegrootte omgerekend naar een actielimiet in milligram per kilogram product. De beleidsregel schrijft geen methodiek voor; in de praktijk is dit waar een methodiek als VITAL zijn werk doet.

Een vergelijking met de referentiedosis. De Nederlandse referentiedosissen staan in de bijlage van de beleidsregel en zijn gebaseerd op de ED05-waarden van FAO en WHO. Ze vervangen de voorlopige aanbevelingen van BuRO uit 2016, die op de strengere ED01 waren gebaseerd. De verschuiving is per allergeen aanzienlijk, en niet altijd in dezelfde richting: voor cashewnoot ging de waarde van 1,4 naar 1,0 milligram eiwit per eetmoment, terwijl die voor hazelnoot juist ruimer werd, van 0,011 naar 3,0 milligram. Wie zijn beoordeling nog op de oude waarden baseert, kan dus zowel te streng als te ruim uitkomen.

Geborgde beheersmaatregelen. De maatregelen waarmee je het risico beperkt, met bewijs dat ze ook echt worden uitgevoerd.

Het etiket is de laatste stap, niet de eerste. Wie bij het etiket begint, schrijft een conclusie op zonder de berekening eronder.

Waarom dit een documentatievraagstuk is geworden

De inhoudelijke kant van dit werk ligt bij mensen die er verstand van hebben, en die zijn er. Waar het bij de meeste producenten misgaat, is een verdieping lager.

De allergenenmatrix staat in een spreadsheet die iemand twee jaar geleden heeft opgezet. De VITAL-berekeningen staan in een tweede bestand, met een versie uit de tijd van de oude referentiedosissen. De reinigingsvalidatie zit in het HACCP-dossier. De etiketteksten staan bij marketing. En de vraag of het etiket van dit specifieke product klopt bij de berekening van deze specifieke lijn, is alleen te beantwoorden door vier bestanden naast elkaar te leggen en te hopen dat ze uit dezelfde periode komen.

Zolang die vier dingen los van elkaar bestaan, is elke wijziging een risico. Een nieuw recept, een andere leverancier, een gewijzigde productievolgorde: allemaal veranderen ze de berekening, en geen van alle veranderen ze automatisch het etiket.

Waarom de meeste software dit niet oplost

Je zou verwachten dat software dit probleem wegneemt, en op papier doet ze dat ook, want vrijwel elke aanbieder heeft tegenwoordig iets voor allergenen. Alleen zit het er zelden ín. Het is een aparte module, naast het pakket waarin je je specificaties opbouwt, met een eigen scherm en een eigen invoer.

Wie het weleens heeft gedaan, herkent de route. Je bent bezig met de eindproductspecificatie, je komt bij het allergenendeel, en daar houdt de flow op. Je verlaat je specificatie, je opent de module, je voert de gegevens die je net hebt ingetikt opnieuw in, je krijgt een uitkomst, en die uitkomst neem je vervolgens met de hand weer mee terug. Drie keer dezelfde informatie, twee keer overtypen, en één moment waarop iemand vergeet de laatste stap te doen.

Dat laatste is geen theoretisch risico. Het is precies waar de keten breekt: de berekening klopt, en het etiket is nooit bijgewerkt.

Bij veel producenten is er niet eens een module. De berekening zit in een los Excel-bestand dat iemand ooit heeft opgezet, per lijn of per product een tabblad, met de referentiedosissen van dat moment hard in de formules. Dat bestand weet niet dat de receptuur is gewijzigd, weet niet dat er een andere leverancier is, en weet niet dat de drempelwaarden sinds 2026 anders zijn. Het rekent gewoon door met wat erin staat, en de uitkomst ziet er net zo betrouwbaar uit als toen het bestand nieuw was.

Een allergenenmodule die naast je specificatie staat in plaats van erin, verplaatst het probleem. Je hebt de berekening wel, maar de koppeling naar het etiket blijft mensenwerk.

Hoe SPEX dit oplost

Bij SPEX zit het daarom niet naast het proces maar erin. Op het moment dat je de specificatie opbouwt, weet je waar je aan toe bent: welk restrisico er is, hoe dat zich verhoudt tot de referentiedosis, en of er dus wel of geen waarschuwing op het etiket hoort. Geen tweede scherm, geen overtypen, geen handmatige laatste stap die iemand kan overslaan.

Het klinkt als een detail van gebruiksgemak, en dat is het niet. Onder het nieuwe beleid moet de onderbouwing meebewegen met elke receptwijziging, en alles wat je met de hand van het ene systeem naar het andere draagt, is een plek waar die beweging stilvalt.

Wat dit vraagt, en wat het oplevert

Het nieuwe beleid maakt het werk zwaarder, daar valt weinig aan te verzachten. Er komt een berekening bij, die berekening moet actueel blijven, en ze moet aan een etikettekst gekoppeld zijn die door een andere afdeling wordt beheerd.

Tegelijk lost het iets op dat al veel langer knelde. Een waarschuwing die overal stond, beschermde uiteindelijk niemand, en de allergische consument die hem het hardst nodig had, had er het minst aan. Een onderbouwde waarschuwing zegt wél iets. Dat is meer werk, en het is beter werk.

De vraag is dus niet of je dit gaat doen. De vraag is of de onderbouwing over twee jaar nog te reconstrueren is, of dat ze dan in een bestand staat waarvan niemand meer weet of het de laatste versie is.

Wil je zien hoe allergenenonderbouwing, receptuur en etiket aan elkaar gekoppeld blijven?

Plan een kennismaking

Veelgestelde vragen

Wat veranderde er op 1 januari 2026 aan de allergenenetikettering?

Vanaf die datum, gerekend vanaf de productiedatum, mag een waarschuwing voor onbedoelde allergenen alleen nog op het etiket als er een aantoonbare risicobeoordeling aan ten grondslag ligt. De regel staat in de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg van het ministerie van VWS, gepubliceerd in de Staatscourant op 25 april 2025 en in werking sinds 1 januari 2026.

Mag 'kan sporen bevatten van' nog op het etiket?

Nee. De beleidsregel staat twee bewoordingen toe: 'Kan … bevatten' met de naam van het allergeen, of 'Niet geschikt voor …' met de aandoening, bijvoorbeeld 'Niet geschikt voor mensen met een pinda-allergie'. Het woord 'sporen' is volgens de NVWA niet toegestaan in een waarschuwing, en zinnen als 'gemaakt in een bedrijf waar ook' vallen buiten de twee toegestane bewoordingen.

Wanneer is een allergenenwaarschuwing verplicht en wanneer verboden?

Is er een risico dat het restgehalte de referentiedosis overschrijdt, dan is de waarschuwing verplicht. Blijft het restrisico onder die dosis, dan mag de waarschuwing er niet staan. De waarschuwing is dus geen keuze meer, maar de uitkomst van een berekening.

Wat is de rol van VITAL en de referentiedosissen?

De Nederlandse referentiedosissen zijn gebaseerd op de ED05-waarden van FAO en WHO en vervangen de voorlopige aanbevelingen van BuRO uit 2016, die op de strengere ED01 waren gebaseerd. De beleidsregel schrijft geen methodiek voor; VITAL is de meest gebruikte en werkt sinds augustus 2024 zelf ook met ED05, zodat je met de Allergen Risk Calculator tegen de Nederlandse waarden kunt rekenen.

Bronnen

  1. Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg (Stcrt. 2025, 14337), Staatscourant, ministerie van VWS (25 april 2025)
  2. Vragen en antwoorden nieuw allergenenbeleid (PAL), versie 1.0, NVWA (2 juli 2025)
  3. Advies over voorlopige referentiedoses voor allergenen in voedingsmiddelen, Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO), NVWA (2 juni 2016)

Zie wat SPEX voor jouw team doet

Plan een kennismaking van 30 minuten — we nemen je eigen kwaliteitsproces als uitgangspunt.

Plan een kennismaking

Meer uit de kennisbank

Alle artikelen →